Dörpels wèg

gemeentes moeten meer ‘plat’ gaan

Robert Janssen, 7 oktober 2026

———–

Wat kunnen gemeentes doen om de Limburgse taal te versterken? Deze vraag stond centraal tijdens een conferentie woensdag in Roermond. Een eenduidig antwoord is niet direct te geven. Wel duidelijk is dat burgers meer moeten worden aangesproken in hun moedertaal.

In de zaal van het multifunctionele gebouw de Weerstand zitten vertegenwoordigers van zo’n 20 Limburgse gemeentes, onder wie verschillende wethouders.

Belangrijke rol

De bijeenkomst is georganiseerd door ‘t Hoes veur t Limburgs. Voorzitter hiervan is Birgit op de Laak, tevens burgemeester van Nederweert. Zij ziet een belangrijke rol voor de gemeentes. “Deze krijgen steeds meer zorgtaken op hun bordje. Hierdoor komen mensen met de meest kwetsbare verhalen op het gemeentehuis. Hoe fijn is het dan om hierover te kunnen spreken in hun eigen taal.”

Limburgs leeft

Volgens Op de Laak is in de samenleving momenteel goed te zien dat het Limburgs weer leeft. Wel valt haar op dat nog altijd veel mensen overschakelen in het Nederlands omdat dit ‘netjes’ is. Daar moet volgens haar en de partners in het ’t Hoes veur ’t Limburgs verandering in komen. “Want met het Limburgs kom je in het hart.”

Erg stolz

Tijdens de conferentie komt ook wethouder Raoul Vinken van de gemeente Kerkrade aan het woord. Een gemeente die de Limburgse taal al op allerlei gebieden gebruikt. “We zijn hier erg stolz op, zo hebben we onze auto’s van de buitendienst bestickerd met dialectwoorden. Ook loopt er sinds kort een cursus voor onze ambtenaren zodat ze laagdrempelig met onze inwoners in gesprek kunnen.”

Volgens Vinken werpt de aanpak vruchten af omdat het veel laagdrempeliger is voor de burgers. “Je ziet het vooral bij oudere generaties. Als je in het plat begint is het ijs al gebroken.”

Streektaal implementeren

Overal waar het kan probeert de gemeente het Kerkraads te implementeren, zo zegt Vinken. Hij refereert daarbij aan een leesplankje en ook aan de ontwikkeling van deurstickers die bij de gemeente kunnen worden afgehaald. “In plaats van nee staat er dan bijvoorbeeld Haod diech dur kraom.”

Halverwege marathon

Ook gedeputeerde Jasper Kuntzelaers is aanwezig bij de conferentie. Hij is dezelfde mening toegedaan als Op de Laak en Vinken en is blij met Kerkrade dat dus al flink wat stappen heeft gezet. Hij erkent dat nog lang niet alle Limburgse gemeentes overstag zijn. “Velen zijn nog aarzelend en het is nog spannend, maar we zijn halverwege de marathon en het gaat de goede kant uit.”

Fries als voorbeeld

De provincie zet zich al een tijd in om de Limburgse taal eenzelfde status te laten krijgen als het Fries. Waar het Limburgs erkend wordt en taalstatus 2 heeft, zit het Fries in fase 3. Zo wordt het Fries gebruikt in het onderwijs en door overheidsinstanties. Als ijkpunt om ook Limburgs in die status te krijgen wordt het jaar 2030 aangehouden. Volgens de gedeputeerde mogen er dan geen beperkende maatregelen meer gelden, voor bijvoorbeeld media, scholen en overheden. “Dus dat er niet meer verplicht Nederlands op een kinderdagverblijf moet worden gesproken omdat anders een tik op de vingers volgt.”

Laagste overheid

Een gastspreker van buiten de provincie is wethouder Chris van Hes van de gemeente De Fryske Marren. Ook hij pleit voor het gebruik van streektaal. “Als gemeente ben je de laagste overheid voor de burger en wat is er nu fijner dat deze in de taal van zijn hart kan spreken met die gemeente. Dat neemt spanning en emotie weg.”

Ook borden in de streektaal zorgen ervoor dat een burger zich welkom voelt in het gemeentehuis, zo stelt hij. “Als ze bij ons het terrein op komen zien ze borden in het Fries, bij de receptie is aandacht voor het Fries. Het zichtbaar maken van die taal is belangrijk.”

Klein beginnen

De belangrijkste les van de wethouder aan zijn Limburgse collega’s is dat ze klein moeten beginnen. “Begin heel klein met een bordje, met een sticker, met aandacht op sociale media, met een stimuleringsprijsje.” Later dient het volgens de Friese wethouder wel te worden vastgelegd in beleid. “Leg afspraken vast in een beleid, over hoe daar met elkaar over wordt omgegaan, wie daarvan is en wat dat mag kosten.”

———–